Medische diagnostische echo

openingK
diplomadef
contactK
echoK
gratis parkdef
goedehanden

Medische echo

De zorgverzekeraar vergoedt medisch diagnostische echo’s als de zorgverlener ze aanvraagt. Echocentrum KeiK heeft contracten met alle verzekeraars en zal de kosten rechtstreeks bij de zorgverzekeraar indienen.

Bij KeiK kun je onderstaande medisch diagnostische echo’s op indicatie aanvragen.

Vroeg in de zwangerschap (voor 10 weken zwangerschap) is de baarmoeder nog klein en zit helemaal achter het schaambeen verborgen. Daarom brengen we voor deze vroege medische echo een kleine echosonde vaginaal in om de echo te maken. De meeste zwangere ervaren dit niet als pijnlijk. De beeldvorming is bij deze vroege termijn beter door een inwendige echo dan door een echo via de buikwand. Je ziet bij een echo vanaf 6 weken alleen het hartje kloppen, het embryo is namelijk heel vroeg in de zwangerschap nog niet goed als kindje te herkennen. Voor 10 weken luisteren we vanuit medisch oogpunt niet naar het hartje, na 10 weken wel.

Een termijnecho wordt gemaakt om te bepalen hoe ver de zwangerschap gevorderd is. De zwangerschapsduur is het meest betrouwbaar vast te stellen tussen 10 en 13 weken zwangerschap.

Tot ongeveer 14 weken verloopt de ontwikkeling en groei van elke foetus nagenoeg gelijk. De echoscopiste kan bepalen hoe oud de foetus is, door het kindje in die periode met de echo op te meten. Zo kan de uitgerekende datum worden vastgesteld.

Zie je bij de termijnecho een mooi kloppend hartje en een goed ontwikkelde foetus? Dan daalt de kans op een miskraam van 10% naar nog maar 1-3% (afhankelijk van de zwangerschapsduur). Een geruststellende gedachte!

Omdat we deze echo in principe via de buik maken, is het handig als je blaas iets gevuld is. De volle blaas tilt de baarmoeder een beetje omhoog, waardoor het kindje beter te zien is.

Per 1 september 2021 vindt de invoering van de 13 weken echo plaats, een structureel echoscopisch onderzoek (SEO), een screeningsecho.

De 13 weken echo wordt in het kader van een landelijke, wetenschappelijke studie ingevoerd, namelijk de IMITAS studie. Je kunt kiezen voor een 13 weken echo wanneer je meedoet aan deze studie.

  • Het doel van de 13 weken echo, ook wel het eerste trimester SEO, is om in een vroeg stadium van de zwangerschap te onderzoeken of je ongeboren kindje lichamelijke afwijkingen heeft. Ernstige afwijkingen – zoals een open schedeltje of groot defect in de buikwand – kunnen mogelijk al vroeg in de zwangerschap worden ontdekt. De 13 weken echo en 20 weken echo hebben hetzelfde doel. Ze vervangen elkaar niet, maar vullen elkaar aan. Het verschil is dat de 13 weken echo eerder in de zwangerschap plaatsvindt.
  • Hoewel het kindje rond 13 weken kleiner en minder ver ontwikkeld is dan rond 20 weken, zijn sommige (ernstige) afwijkingen wel te zien. Het komt regelmatig voor dat deze niet met het leven verenigbaar zijn. Als de echoscopist een afwijking vermoedt, kun je er voor kiezen om in de zwangerschap eventueel vervolgonderzoek uit te laten voeren. Ook heb je – vergeleken met de 20 weken echo – meer tijd om te bepalen wat je met de uitslag doet.
  • Bij de 20 weken echo zijn veel structu­ren (zoals het hart) verder ontwikkeld. Daardoor kan de echoscopist je kindje meer in detail onderzoeken.

Meer informatie over de in- en uitvoering van de 13 weken echo vind je hier vragen en antwoorden over de 13 wekenecho.

Net als de 13 weken echo, is de 20 weken echo een structureel echoscopisch onderzoek, het tweede trimester SEO, een screeningsecho. Lees hier meer over het het tweede trimester structureel echoscopisch onderzoek.

  • we kijken bij een 20 weken echo of er aanwijzingen zijn voor structurele afwijkingen bij je kindje.
  • bij een 20 weken echo ontdekken we soms niet alle afwijkingen. Voor alle echo’s geldt dat niet altijd alle afwijkingen zichtbaar zijn. Bovendien zijn niet alle aangeboren afwijkingen al aanwezig tijdens de zwangerschap. Als we geen bijzonderheden vinden, is dit geen garantie voor een gezond kindje.
  • de zorgverzekeraar vergoedt een 20 weken echo vanuit je basisverzekering.

Wanneer er bij een 20 weken echo iets afwijkends wordt gezien, krijg je een vervolgonderzoek aangeboden. Tijdens een gesprek met de echoscopist, verloskundige of gynaecoloog wordt er uitgebreid uitgelegd wat vervolgonderzoek inhoudt. Voor vragen of ondersteuning kun je ook bij hen terecht. Bij elk onderzoek bepaal je zelf of en welke keuzes je hierin wilt maken.

Het vervolgonderzoek bestaat in eerste instantie uit een uitgebreid echoscopisch onderzoek oftewel een geavanceerd echoscopisch onderzoek (GUO) door een gespecialiseerde gynaecoloog in het ziekenhuis. Die kan de afwijking bevestigen. Uit dit vervolgonderzoek kan echter ook blijken dat er niets aan de hand is met je kindje, of dat het nog onduidelijk is wat er precies aan de hand is en wat voor impact dit heeft.

Wanneer we een groeicontrole verrichten, meten we het hoofdje, de buikomvang en de beenlengte van het kindje. Op die manier wordt duidelijk of het kindje volgens verwachting groeit. De groeicontrole kunnen we op verzoek van de verloskundige meerdere keren herhalen. Zo ontstaat er namelijk een goed beeld van de groei van het kindje: een groeicurve. Tevens bepalen we de hoeveelheid vruchtwater. Een groeiecho kunnen we maken tussen 22 en 40 weken. Een groeicontrole blijft een momentopname, het uiteindelijke geboortegewicht van het kindje kan toch anders uit pakken dan aanvankelijk verwacht.

Een placentalokalisatie verrichten we als bij de 20 weken echo, of in sommige gevallen bij een latere echo, een placenta is gezien die dicht bíj of óver de baarmoedermond ligt. Deze echo vindt plaats rond de 32 weken weken. Met deze echo kunnen we controleren of de placenta nog steeds laag ligt of ver genoeg omhoog is getrokken met de groei van de baarmoeder. Een te laagliggende placenta kan een mogelijke belemmering zijn voor een natuurlijke bevalling.

We starten met een uitwendige echo om de groei van het kindje te meten en de hoeveelheid vruchtwater te bepalen. Ook kunnen we zien wáár de placenta zich bevindt, maar meestal niet precies hoe laag de placenta ligt. Om een goede placentalokalisatie uit te voeren, maken we ook een inwendige echo. Op deze manier kunnen we nauwkeurig bepalen hoe ver de placenta van de baarmoedermond verwijderd ligt. Deze inwendige echo duurt vaak slechts enkele minuten.

Als rond de 35 weken zwangerschap het vermoeden bestaat dat het kindje niet met het hoofdje naar beneden ligt, maken we een liggingsecho.

Met de echo kan de echoscopiste zien hoe het kindje ligt. Meestal is dit in hoofdligging, maar in enkele gevallen (3-4%) ligt het kindje in stuitligging. Een andere mogelijkheid is nog dat het kindje dwars ligt, dit komt zelden voor.

Wanneer het kindje in stuit of dwars ligt, kijken we of hier een oorzaak voor is. Meestal is dit niet het geval. Verder kijken we naar de hoeveelheid vruchtwater en de groei van het kindje.